Hergebruik van grondstoffen in veevoeding



De gemiddelde Nederlander verspilt volgens het voedingscentrum zo’n 34 kilo bruikbaar voedsel per jaar. Dit klinkt enorm veel, maar dit is nog niet alles. Jaarlijks komen er bij de voedselproductie nog eens 15 miljoen ton aan bruikbare grondstoffen vrij, geschikt voor diervoeding. Dit zijn over het algemeen producten die wij niet willen eten, ondanks dat ze geschikt zijn voor menselijke consumptie. Denk hierbij aan aardappelschillen en schaafsel, restproducten van het persen van zonnebloemolie maar ook aan afgekeurde koekjes. Deze restproducten worden ingezet in de veevoeding. Op deze manier worden de grondstoffen optimaal benut en vind er zo min mogelijk verspilling plaats.


In Nederland is al jaren een stijgende welvaart. Op het moment dat de welvaart stijgt, neemt de voedselverspilling toe. De consument wordt steeds kieskeuriger en er worden sneller producten weggegooid. De Nederlandse veehouderij heeft zich de afgelopen jaren erg in gezet wat betreft het benutten van grondstoffen.


Dit wordt bij vrijwel alle diersoorten toegepast. Voorbeelden zijn het voeren van bietenpulp aan melkvee, wat vrijkomt bij het produceren van suiker uit suikerbieten en het

voeren van bierborstel aan melkvee, een restproduct van het bierbrouwproces. In de varkenshouderij zien we hergebruikte reststromen als aardappelschillen of zuivelproducten als wei, wat vrijkomt bij het maken van kaas. De pluimveehouderij gebruikt onder andere reststromen uit de bakkerij industrie als kruimels en deegresten.


Door deze reststromen te benutten in de diervoeding, worden deze producten opnieuw omgezet naar hoogwaardige voeding. Natuurlijk is voedselverspilling voorkomen erg belangrijk, maar op deze manier kan het toch nog goed worden benut.

Goed voor de dieren en goed voor het milieu!


Tekst door Gijs Adriaans

52 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven