• Wils Verberne

'Iedereen had wel een tante, neef of vriend die op een boerderij woonde'

Wanneer ik het gras aan het schudden ben, komt het wel eens voor dat voorbijgangers vragen wat ik precies aan het doen ben. Ik sta ze graag te woord en vertel dat dit nodig is om de kwaliteit van het gras te behouden. Een klein gesprekje tussen boer en consument, dat zouden we vaker moeten doen. Het valt me namelijk op dat er een afstand is ontstaan tussen boer en burger.

Deze afstand tussen stad en platteland wordt kleiner en groter. Een rare stelling zul je denken, maar omdat steden en dorpen steeds groter worden door het uitbreiden van nieuwe wijken, komen burgers en boeren steeds dichter bij elkaar te wonen. De boer komt letterlijk steeds dichter bij de stad te wonen. Daarom zou je toch denken dat burgers juist meer in contact komen te staan met de boer?


Het tegendeel is waar en het begint op te vallen; burgers en boeren drijven steeds verder uit elkaar. Ook op social media is het zichtbaar; verschillende meningen met uiteenlopende meningen botsen met elkaar. Organisaties als bijvoorbeeld Wakker Dier en Farmer Defence Force vertellen beide een ander verhaal. Wat is nu waar, wie heeft er nu gelijk? Maar moet er wel iemand gelijk hebben en kunnen we niet beter stoppen met het welles-nietes spelletje? Misschien moeten we samen de handen in een slaan en elkaar leren begrijpen.

" Stop met het welles-nietes spelletje "

Wat voor de één normaal is, is voor de ander onbekend. Er zijn namelijk talloze redenen voor boeren om voor specifieke bedrijfsvoering te kiezen die tot een product leiden. Vroeger was de herkomst van producten vanzelfsprekender. Boerenbedrijven waren destijds kleinschaliger, producten als melk, kaas of vlees werden lokaal afgezet. Zo reed de SRV-wagen nog van dorp tot dorp en waren supermarkten nog kruidenierswinkels. Iedereen had wel een tante, neef of vriend die op een boerderij woonde. Dit is allemaal verleden tijd. De achtergrond is ingewikkelder geworden.

Oorzaken als mondigheid van burgers, globalisering en digitalisering hebben eind 20ste eeuw voor een grote sociale verandering gezorgd. Daarnaast hebben technologische en machinale veranderingen ervoor gezorgd dat de burger niet meer weet hoe de bedrijfsvoering op agrarische bedrijven in elkaar steekt. De fysieke afstand, connectie en erkenning is niet meer zoals het vroeger was. Het lijkt wel of de burger verder van de natuur is komen te staan. Het wordt tijd dat de burger de boer gaat leren begrijpen.

" Stap uit die ivoren toren en vertel waar je product vandaan komt "

Niet alleen de burger maar ook de boer zou zich in moeten zetten voor goed contact met zijn medemens. Boeren moeten namelijk beseffen dat de buurvrouw de consument van hun product is. Toch gaat dat al aardig: volgens een onderzoek van AgriDirect hebben 1 op de 4 melkveehouders een neventak waarbij de boer zich inzet voor mens en maatschappij. Denk aan een B&B, een kinderopvang, een boerderijwinkel of een zorgboerderij. Een neventak is niet de enige sleutel tot een betere boerburgerverhouding. Boeren moeten uit die ivoren toren stappen en net als de consument, de band versterken door middel van een glimlach, een zwaaiend handje of een gesprek. Want in tijden waar de afstand tussen boer en burger groot is, is dat juist belangrijk.


Door de afstand tussen boer en burger te verkleinen zullen we naar elkaar toegroeien. Hierdoor zullen burgers meer inzicht krijgen in de herkomst van hun product en komen ze dichterbij de voedselketen te staan. De consument woont namelijk dichterbij dan de boer denkt.


Daarom een oproep voor boeren, burgers, consumenten, wandelaars, voorbijgangers en geïnteresseerden:


Durf het sprongetje te wagen en spring over die sloot, ga het gesprek aan met elkaar en wees niet bang voor natte voeten!






Tekst: Wils Verberne, Reinier Kaanen



452 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven